
Twee jonge mannen uit Antwerpen, één van Tsjetsjeense en één van Marokkaanse afkomst, zijn naar de rechtbank verwezen wegens een vermeend plan om premier Bart De Wever te vermoorden. De methode lijkt uit een sciencefictionfilm te komen: een drone met explosieven die naar zijn woning zou worden gestuurd. Hoewel de verdediging stelt dat het plan ‘technisch onmogelijk’ was, neemt het Belgische gerecht de dreiging ernstig.
(Redactie: België / Justitie en veiligheid)
In een wereld waarin een terroristische dreiging geen leger of grote organisatie meer hoeft te vereisen, maar kan beginnen met een internetverbinding en een gevaarlijk idee, komt een zaak die België in het najaar van 2025 schokte opnieuw voor de rechter. Twee jongeren die afgelopen oktober werden opgepakt, zijn officieel naar de rechtbank verwezen wegens een vermeend complot om premier Bart De Wever te vermoorden. Het wapen dat ze zouden hebben willen gebruiken, was geen automatisch geweer of klassieke zelfgemaakte bom, maar een aangepaste drone.
Wie zijn de verdachten?
Volgens de aanklacht gaat het om Abdullah B. (23), van Tsjetsjeense afkomst, en Abdulmajid E.J. (18), van Marokkaanse afkomst. Beiden woonden in Antwerpen. Abdullah B. studeerde cybersecurity aan AP Hogeschool; de jongste volgde een opleiding Defensie en Veiligheid aan het Sint-Norbertusinstituut. Volgens het gerecht beschikten ze over technische kennis waarmee ze een geavanceerde aanval konden voorbereiden.
De drone en de in beslag genomen voorwerpen
Volgens de onderzoekers wilden ze een drone bouwen die een explosieve lading kon vervoeren en die naar de privéwoning van premier Bart De Wever sturen, in de buurt van panden die tijdens het onderzoek werden doorzocht. Bij Abdullah B. vond de politie een 3D-printer die mogelijk gebruikt was om onderdelen voor de drone te maken.
Bij de tweede verdachte vonden onderzoekers een geïmproviseerd explosief (IED) en een zak metalen kogeltjes. De verdediging betwist de betekenis van dat bewijsmateriaal nadrukkelijk. Volgens de advocaten werkte het explosief niet en ging het slechts om ‘een zak zand en een leeg blikje suikerhoudende drank’; de metalen kogeltjes zouden munitie voor een speelgoedwapen zijn geweest.
Een ruimer onderzoek en meerdere mogelijke doelwitten
Uit het onderzoek kwam naar voren dat De Wever mogelijk niet het enige doelwit was. Ook Els van Doesburg, burgemeester van Antwerpen, en de Nederlandse politicus Geert Wilders zouden op de lijst hebben gestaan. Wilders legde zijn Nederlandse verkiezingscampagne tijdelijk stil na de dreiging, wat de grensoverschrijdende dimensie van de zaak onderstreept.
Het onderzoek kwam op gang na informatie van de FBI, wat het internationale karakter van de zaak benadrukt. Aanvankelijk werden drie personen opgepakt; één van hen werd later wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. De twee andere verdachten bleven in voorlopige hechtenis. De rechtbank verwees daarbij naar ernstige aanwijzingen van schuld en het mogelijke gevaar voor de openbare veiligheid als zij zouden worden vrijgelaten.
De premier reageert met humor
Ondanks de ernst van de beschuldigingen reageerde De Wever met een vleugje ironie. Op sociale media plaatste hij een foto van zijn kat met het onderschrift: ‘Maximus, kun jij een drone vangen?’ De grap verhult een sombere realiteit: in de 21e eeuw kan een aanval niet alleen vanaf de grond, maar ook vanuit de lucht komen.
Conclusie
De zaak vormt een nieuw hoofdstuk in de Europese strijd tegen jihadistisch terrorisme en dreigingen waarbij nieuwe technologie wordt ingezet. De beschuldigingen moeten nog door de rechtbank worden beoordeeld; die zal de feiten en verantwoordelijkheden vaststellen. Als het vermeende explosief had gewerkt, hadden de gevolgen verwoestend kunnen zijn. De Belgische autoriteiten stellen dat ze een mogelijk ernstige politieke aanslag hebben voorkomen; het verdere verloop ligt nu bij justitie.







Leave a Reply