The Weekend Magazine

by Tomeci Press Publications

Map showing the Great Schism between Rome and Constantinople

In juli 1054 legde kardinaal Humbert van Silva Candida in de Hagia Sophia in Constantinopel een excommunicatiebul op het altaar, gericht tegen patriarch Michaël Cerularius. De confrontatie werd een blijvend symbool van de breuk tussen het westerse en oosterse christendom. De scheiding ontstond echter niet op één dag.

(Redactie: Vaticaan en Constantinopel / Geschiedenis en religie)

Het Grote Schisma wordt traditioneel met het jaar 1054 verbonden, maar de betrekkingen tussen Rome en Constantinopel verslechterden al eeuwen. Verschillen in taal, politiek, kerkelijk gezag en theologie dreven de twee centra van het christendom geleidelijk uit elkaar.

Twee tradities groeien uit elkaar

  • Taal: In het Westen overheerste het Latijn, in het Oosten het Grieks. Dat bemoeilijkte communicatie en theologische uitwisseling.
  • Gezag: Rome benadrukte steeds sterker het universele primaat van de paus. In het Oosten lag de nadruk op collegiaal bestuur, de rol van patriarchen en kerkvergaderingen.
  • Theologie: De controverse over het Filioque ging over de westerse toevoeging “en de Zoon” aan de geloofsbelijdenis bij de beschrijving van de oorsprong van de Heilige Geest.
  • Politiek: Rivaliteit tussen keizerlijke en regionale machten verscherpte de spanningen.

Wat gebeurde er in 1054?

Een delegatie van paus Leo IX, geleid door kardinaal Humbert, kwam naar Constantinopel terwijl de onderhandelingen gespannen verliepen. Op 16 juli legde Humbert een excommunicatiebesluit tegen Cerularius en twee andere personen op het altaar van de Hagia Sophia. De patriarch en een synode veroordeelden vervolgens de pauselijke gezanten. De sancties waren gericht tegen personen en vormden geen definitieve excommunicatie van de volledige oosterse of westerse Kerk. Bovendien was paus Leo IX al overleden voordat de gezanten handelden, wat vragen oproept over de canonieke geldigheid van hun optreden.

De wonde van 1204

De Vierde Kruistocht verdiepte de verwijdering ingrijpend. In 1204 veroverden en plunderden westerse kruisvaarders Constantinopel, waarbij kerken werden geschonden en grote verwoestingen werden aangericht. In de Byzantijnse wereld bleef dit een diep gevoel van verraad achterlaten en werd verzoening veel moeilijker.

Pogingen tot verzoening

De concilies van Lyon (1274) en Ferrara-Florence (1438–1445) probeerden de eenheid te herstellen, maar hun akkoorden kregen geen blijvende brede aanvaarding. Op 7 december 1965 verklaarden paus Paulus VI en oecumenisch patriarch Athenagoras I gezamenlijk dat de wederzijdse excommunicaties van 1054 uit het geheugen en het leven van de Kerken moesten worden verwijderd. Dit historische gebaar herstelde niet de volledige kerkelijke of eucharistische gemeenschap.

Waarom dit vandaag nog telt

Het schisma toont hoe theologie, politieke macht, opvattingen over gezag en culturele verschillen elkaar beïnvloedden. De katholieke en orthodoxe Kerken ontwikkelden eigen tradities en instellingen, maar blijven met elkaar in dialoog.

Conclusie

De gebeurtenissen van 1054 werden een herkenbaar keerpunt in een veel langer scheidingsproces. De confrontatie in de Hagia Sophia was dramatisch, maar eeuwen van wantrouwen en vooral de plundering van Constantinopel in 1204 gaven de verdeeldheid haar blijvende kracht. De verklaring van 1965 hielp historische wonden te helen; volledige gemeenschap blijft een afzonderlijk doel dat nog niet is bereikt.

Hagia Sophia interior with cardinal and patriarch at altar

Leave a Reply

Trending

Ontdek meer van The Weekend Magazine

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder